Herkenbaar merelgeluid
De merel (Turdus merula) is een van de bekendste tuinvogels van ons land. Het mannetje heeft een zwart verenkleed, opvallende gele oogringen en een oranje snavel. Het vrouwtje is donkerbruin met een lichtbruine, gespikkelde borst en heeft een gele snavel. De merelkuikens zijn donzig en bruin tot ze in de herfst hun volwassen verenkleed ontwikkelen.
Kenmerkend voor de mannetjes is hun melodieuze gezang. Het merelmannetje zingt als uitbundige zanger vooral tijdens het broedseizoen vanaf een hoog punt, zoals een boomtop of dakrand. Het mannetje zingt om zijn territorium af te bakenen en een vrouwtje te lokken. Het fraai lied van de merel staat bekend om zijn vele variaties, wat het luisteren naar deze vogel tot een bijzondere ervaring maakt.
Ook de alarmroep is onmiskenbaar: zodra er gevaar dreigt in de vorm van een kat, ekster of roofvogel, laten merels een luide alarmroep horen en maken ze daarnaast krassende geluiden. Ze deinzen er bovendien niet voor terug om hun kroost te beschermen door middel van duikvluchten boven de indringer.
Waar is de merel gebleven? De merelziekte
De merel heeft het helaas al meerdere jaren niet altijd even gemakkelijk. Daar zijn twee redenen voor. Zo waart sinds 2016 het usutuvirus rond dat de ‘merelziekte’ veroorzaakt. Het virus reist met muggen mee uit Afrika. Door de warme nazomers zijn muggen lang actief en daarmee blijft het virus zich verspreiden. Een besmette merel ziet er verzwakt en ongezond uit. Vaak sterft ze binnen drie dagen. Een andere oorzaak voor het verdwijnen van de merels heeft eveneens met het klimaat te maken. Door de warmere winters hebben merels uit het Noorden minder behoefte om ons land op te zoeken.

Wat eten merels?
Het dieet van de merel is veelzijdig. Het voedsel bestaat uit wormen, insecten, bessen en fruit. Merels zoeken actief naar voedsel op de grond en in bomen en struiken, waarbij ze hun grote ogen gebruiken om prooien en voedsel op te sporen. Merels zijn gek op wormen, torren en slakken, waar ze op beschutte plekken naar zoeken. Tijdens het zoeken houden ze vaak hun kop scheef om beter te kunnen luisteren naar geluiden van prooien onder de grond. En op het gazon hippen ze graag rond om regenwormen te vangen. Is het erg droog? Beregen het gazon dan regelmatig zodat de merel makkelijker beet krijgt. Wat betreft planten eten ze onder andere krenten, rozijnen, fruit en broodkruimels. Om de merelpopulatie weer te vergroten, heeft de Vogelbescherming een paar tips bedacht. Leg bijvoorbeeld regelmatig appels en peren op een lage voertafel neer waar merels van kunnen eten. En met het aanplanten van besdragende bomen en heesters – ze eten praktisch alle soorten bessen – zorg je ook ‘s winters voor een voedselvoorraad voor merels. Denk aan vuurdoorns, meidoorns en lijsterbessen. Niet onbelangrijk: creëer een plek voor water in je tuin zodat vogels kunnen drinken en badderen.


De merel helpen in de tuin
Het is altijd een goed idee om je tuin vogelvriendelijk in te richten. In het geval van de merel red je er misschien zelfs levens mee. Als zwakke merels in jouw tuin kunnen schuilen, eten en drinken, komen ze mogelijk weer op krachten. Merels komen af op rommelhoekjes in je tuin. Je hoort ze vaak scharrelen in een bladerhoop, op zoek naar eten. Gooi het herfstblad dus niet in de groenbak dit najaar, maar verspreidt het over de border of hark het in een hoek bij elkaar. Wil je dat de merels zich veilig voelen in je tuin, zorg dan ook voor beschutting. Een boom, schutting met klimop of beukenhaag biedt goede verstopmogelijkheden.
Broedtijd van merels
Merels bouwen in april of mei een nest op een veilige plek. Ook hiervoor zijn dus dichte struiken en hagen belangrijk. Merels kiezen vaak voor lage bomen en struiken als nestelplaats, waar ze hun nesten bouwen en broeden. De ouders vlechten een keurig nestje van takjes in elkaar en werken het af met modder en gras. Een legsel bevat meestal vier of vijf eitjes. Het vrouwtje zit meestal op de eieren tijdens het broeden, terwijl het mannetje in de buurt blijft. De lichte, groenblauwe tint hiervan is kenmerkend, net als de bruine stippeltjes. De broedtijd is kort: na twee weken kruipen de kuikens al uit het ei. Tijdens het broedseizoen zijn merelnesten beschermd volgens de wetgeving, zodat de vogels ongestoord kunnen broeden. Toch kunnen eieren en jongen soms ten prooi vallen aan roofdieren zoals katten en kraaien, vooral als het nest zich in open of gemakkelijk bereikbare plekken bevindt. Vaak zie je ouders dan af en aan vliegen met hun snavels vol. Wat merelkuikens eten? Ze hebben het liefste eiwitrijk voedsel zoals wormen en insecten, om snel te kunnen groeien. Zorg dus ook in de lente voor voldoende rommelhoekjes in je tuin. Ook kun je een insectenhotel ophangen. Bijvoeren van merelouders door middel van speciaal vogelvoer kan – in tegenstelling tot wat eerst werd gedacht – geen kwaad. Merelouders kunnen in deze periode alle energie gebruiken.

Tot wel twintig merelkuikens
Als de jongen na twee weken uitvliegen, is het vrouwtje vaak al bezig aan een nieuw broedsel. Merels beginnen vaak al in half maart met broeden, waarbij het broedseizoen doorgaans vanaf eind maart echt op gang komt. Een volwassen merel kan meerdere keren per jaar jongen grootbrengen. Oorspronkelijk bouwden merels hun nesten in het bos zelf, maar tegenwoordig vestigen ze zich ook graag in tuinen en parken. Vader voedt ondertussen de kleintjes in het veld op. Op die manier kan een merelkoppeltje tot wel twintig mereljongen per jaar groot brengen. Daarmee is de merel de talrijkste broedvogel van ons land. Dat is ook wel nodig om de populatie in stand te houden. De meeste jonge vogels vallen helaas ten prooi aan katten, en kraaien en eksters eten zowel de eieren als de kuikens. Gemiddeld wordt een merel twee tot drie jaar oud, maar geluksvogels kunnen wel tien jaar of ouder worden. Merels zijn standvogels in ons land en overwinteren in principe hier, niet ver van waar ze zijn geboren. Het kan dus goed zijn dat je meerdere generaties ziet opgroeien in jouw tuin.
Ben je een vogelliefhebber? Dan ben je vast benieuwd hoe je een specht in de tuin kunt krijgen.

