De pimpelmees in Nederland
Pimpelmezen zijn van oorsprong bosvogels. Vandaar dat daar waar bomen zijn, heel vaak ook pimpelmezen leven. Vooral oud loofbos vinden ze een fijne plek, maar ze komen net zo goed naar je tuin als je een nestkast goed ophangt of ’s winters voer voor ze hebt. Pimpelmezen zijn niet veeleisend en hebben zich in de loop van de tijd steeds meer aangepast aan de mens. In herfst en winter zijn ze volop te vinden in onze tuinen en zelfs op balkons, zolang er maar wat te eten valt. Ze zijn erg sociaal en nieuwsgierig en trekken vaak in kleine groepen op. Tegelijkertijd zijn pimpelmezen territoriaal en verdedigen ze hun gebied tegen soortgenoten. De populatie in Nederland groeit gestaag, mede dankzij voldoende nestgelegenheid in zowel bosgebied als stedelijk gebied. Helaas is het wel zo dat veel pimpelmezen een strenge winter niet overleven.
Kenmerken van de pimpelmees
De pimpelmees (Cyanistes caeruleus) is een van de meest talrijke broedvogels van Europa en een graag geziene gast in bosrijke gebieden, parken en tuinen. Met zijn blauwachtige vleugels, felgele borst en kenmerkende zwarte oogstreep is deze kleine zangvogel een opvallende verschijning. Het blauwe ‘petje’ op zijn kop maakt hem extra herkenbaar, zeker als hij nieuwsgierig tussen de takken hipt of acrobatisch ondersteboven aan een vetbol bungelt.
Pimpelmezen zijn niet alleen dol op insecten, maar schakelen in de herfst en winter moeiteloos over op zaden, noten en vruchten. Ze zijn vindingrijk: zo leerden Engelse pimpelmezen in de vorige eeuw zelfs dunne folie van melkflessen te halen om bij de room te komen! In de tuin zie je ze vaak op voedertafels, vetbollen en pindasnoeren, waar ze soms zelfs andere mezen of de grotere koolmees wegjagen om hun favoriete hapje te bemachtigen. Tijdens het eten zijn ze alert en nemen ze kleine hapjes, altijd op hun hoede voor roofdieren.
De gemiddelde levensduur van een pimpelmees is drie jaar, maar met een beetje geluk en weinig roofdieren kunnen ze wel elf jaar oud worden. Ze helpen tuinliefhebbers bovendien door bladluizen te eten, wat een natuurlijke manier van plaagbestrijding is. In het voorjaar stemmen ze hun broedseizoen af op de piek van de rupsen, zodat er altijd genoeg voedsel is voor hun jongen. Door klimaatverandering begint het broeden elk jaar iets eerder.
Geluid van de pimpelmees
De zang van de pimpelmees is te omschrijven als schel, helder en hoog, die tegen het einde daalt in felheid en wat versnelt. Als je tuinvogels in tuin of balkon hoort, springt dit ‘piepje’ er geregeld bovenuit. Beluister de verschillende geluiden van de pimpelmees op Vogelgeluid.nl.

Verschil mannetje en vrouwtje
Het is lastig om in één oogopslag – meer tijd heb je vaak niet – te kunnen zien of de pimpelmees in je tuin een mannetje of een vrouwtje is. Handig dus als je weet waar je op moet letten. Het mannetje is wat feller en helderder van kleur. Dat kun je bijvoorbeeld zien aan het ‘petje’ op zijn kop. Verder is de diepblauwe of zwarte streep in zijn nek en om zijn hals en ogen, net een tikje breder dan bij het vrouwtje van de pimpelmees. Het zijn daarmee kleine details waarmee ze zich voor het zicht onderscheiden.

Pimpelmees of koolmees: wat is het verschil?
Het kleine formaat (11-12 cm) is een van de kenmerken waaraan je een pimpelmees kunt onderscheiden van zijn neefje: de koolmees (14 cm). Koolmezen zijn groter en zwaarder, en bovendien minder blauw. De koolmees heeft een overwegend zwarte kop, de pimpelmees herken je aan zijn gele borst, blauwe pet, blauwachtige vleugels en staart. En niet te vergeten: de zwarte streep rond zijn ogen. Bovendien zet de gemaskerde pimpelmees zijn lichtblauwe kuifveertjes soms op om imposanter over te komen.
Broedseizoen en nestkasten voor de Pimpelmees
Het broedseizoen van de pimpelmees loopt van eind maart tot in juli. Broeden doet hij bij voorkeur in de holte van een boom of in een nestkast. Ze markeren hun nestlocatie met hun snavels. De opening ervan de nestkast moet klein zijn (ongeveer 28 mm) en ook nog net iets kleiner (ca. 5 mm) dan dat van de grotere koolmees, zodat die er niet door past. Een geschikte nestkast heeft een minimale binnenmaat van 12 × 12 × 25 cm. Het nest wordt gemaakt van mos, haren, veren en ander zacht materiaal, waarmee het vrouwtje een comfortabele omgeving voor de jongen creëert.
Nestgedrag van de pimpelmees
Nadat het vrouwtje een partner heeft gekozen voor het broedseizoen, wordt er genesteld en legt ze eitjes. Pimpelmezen leggen gemiddeld 10 eieren per legsel. Per seizoen en met hetzelfde mannetje, zijn er één of twee broedsels met tien tot twaalf eieren. Het vrouwtje begint met het leggen van een ei per dag en begint pas met broeden als er ongeveer 10 eitjes zijn. De broedduur is 13-15 dagen. Pimpelmezen kunnen soms hetzelfde nest meerdere jaren achtereen gebruiken. Het broeden brengt met zich mee dat beide ouders verantwoordelijk zijn voor het grootbrengen en jongen voeren. Na het uitkomen van de eieren blijven de jongen 15-23 dagen in het nest. Tijdens deze periode voeren de ouders de jongen actief en wordt de ontlasting van de jongen in een speciaal vliesje verpakt en ver van het nest verwijderd om roofdieren te vermijden. Het uitvliegen van de jongen vindt plaats zodra ze vlieg klaar zijn; dan verlaten ze het nest en worden ze nog enige tijd door de ouders gevoerd. Het grootbrengen van de jongen binnen deze broedsels vraagt veel inzet van beide ouders. Er bestaat altijd het risico dat ouders opgegeten worden door roofdieren tijdens het verzorgen van hun jongen.

Help pimpelmezen in de winter met voedsel
Het lievelingskostje van de pimpelmees zijn insecten, zeker in het broedseizoen als de jongen worden grootgebracht. Rupsen, bladluizen, spinnen en vele andere insecten staan op het menu. Als het kouder wordt, is dit eten er niet en schakelen pimpelmezen over op zaden, vruchten en noten. Denk aan de haagbeuk of berk en natuurlijk aan pinda’s. Zorg dus dat je vetbollen (zonder plastic), pinda’s en zonnebloempitten in je tuin hangt of op je balkon, want zo help je dit meesje de winter door. Pimpelmezen zijn trouwens slimme vogeltjes, die heel inventief zijn als het gaat om bijvoorbeeld nieuwe manieren ontdekken om aan eten te komen. Probleemloos hangen ze ondersteboven aan een pindaketting of vetbol. Dat kunnen ze omdat ze zo klein en licht zijn.
Meer vogels naar je tuin lokken? Lees over de verschillende tuinvogels en ga aan de slag in je tuin om ze te helpen.

