Het gebeurde toen ik op een uitkijkplatform bij de Sint-Pietersberg in Maastricht stond. Een oudere vrouw – grote rugzak op, stevige wandelschoenen aan – vroeg of ik een foto van haar wilde maken. Ze had het namelijk bereikt, vertelde ze: het eindpunt van ‘haar’ Pieterpad. Ze had bijna 500 km gewandeld. Van Pieterburen in het noorden van Groningen naar hier, de Sint-Pietersberg bij Maastricht. “Gewoon om te kijken of ik het kon. Ik ben namelijk 75.” Het was zwaar geweest, maar ook heerlijk, intens en bijzonder, verzuchtte ze. “Nou ja, nu ben ik hier. Dus het is me gelukt!” Haar grijns reikte van oor tot oor. Dat was het moment waarop ik dacht: dit wil ik ook!

 

Tekst Corine Koolstra Illustraties Shutterstock.com

 

In die gedachte ben ik niet alleen, weet Dea Stam van Wandelnet, een organisatie die in Nederland 23 Lange-Afstand-Wandelpaden (de zogenoemde LAW’s) en 21 Streekpaden heeft uitgezet. “Sinds corona is wandelen als activiteit explosief gegroeid. En waren het vroeger vooral veertigers, vijftigers en zestigers die lange wandelroutes liepen, nu heeft ook de leeftijdsgroep daaronder deze wandelroutes ontdekt.” Wat volgens Dea mensen aantrekt in dit soort wandelingen? “Wandelen is laagdrempelig, bijna iedereen kan het, en het heeft positieve effecten op je lichamelijke en mentale gezondheid. Wandelen kan afleiding bieden van je dagelijkse routine. Het prikkelt je geest, zet je lijf aan het werk zonder dat het zo voelt en je gaat er beter van in je vel zitten. Sommige mensen doen een lange wandelroute solo om de omgeving op zich te laten inwerken als een soort miniretraite. Voor anderen is het volgen van een lange route juist een manier om gezellig bij te kletsen, om samen iets te ondernemen.”

Dit is een exclusief artikel...

Abonneer je nu op Buitenleven om verder te lezen.

  • Uit het magazine