Veel mensen weten het niet: hommels behoren tot de bijenfamilie. Net als bijen zijn ze zeer belangrijk voor de bestuiving van planten. Met speciale planten, hommelkasten en door niet alle holtes in muren op te vullen, krijg je deze knuffelbare insecten in de tuin. Zelfs een oud vogelhuisje kan dienstdoen als hommelnest.
Holtes in muren of vogelhuisjes
Het hommelseizoen begint in het voorjaar, als de temperatuur begint te stijgen. Tot die tijd is de koningin in winterrust onder de grond waar het niet vriest. Wordt het warmer, dan vliegt ze uit, op zoek naar nectar van vroege bloeiers, zoals krokussen en sneeuwklokjes. Hommels zijn echte goedzakken en nestelen het liefste in de natuur. Helaas hebben ze door toedoen van de mens last van woningnood, daarom wijken ze uit naar holtes in muren of oude vogelhuisjes.
Geschikte planten voor hommels
Hommels houden van klimplanten, zoals de klimop (Hedera) die nog tot laat in het seizoen voedsel levert en die bovendien een fijne plek biedt om zich tussen de blaadjes te kunnen verstoppen. Ook vlinderstruik (Buddleja davidii), Toscaanse jasmijn (Trachelospermum jasminoides), sering (Syringa vulgaris) en vuurdoorn (Pyracantha) zijn uitermate geschikt om hommels van voedsel te voorzien. Verder kun je bloemen en planten die door het hele seizoen bloeien planten. Op die manier heb je altijd weer een andere bloeier die zorgt voor voldoende hommelvoedsel in de tuin. Hoe meer planten met nectar en verstopplekjes, hoe meer hommels zich thuis voelen.
Hommelkasten
Fruittelers plaatsen hommelkasten zodat hommels zich prettig voelen en precies doen waarvoor ze worden uitgezet: stuifmeel verzamelen. Wil je het ook zo groots aanpakken, dan kun je ook een of meerdere hommelkasten plaatsen. De hommelkoningin zal, als je hem juist plaatst, de hommelkast vinden. Je lokt de hommels met een beetje suikerwater in de hommelkast en nestmateriaal in de kast. Plaats de hommelkast:
- deels onder beplanting
- in de nabijheid van bloemen en planten die als voedsel dienen
- goed in het zicht zodat hommels hem zien
- op de grond (of laag muurtje) of hoger op max. twee meter
- in gefilterd zonlicht, dus niet in de volle zon
- met een goede toegang tot de ingangen van de kast
- op een plek dat hij grotendeels droog blijft.