Bonte lentebloeiers laten zich goed formeren in groepjes. Toch valt niet elke chaos te bedwingen.

 

Tekst Ankie Lok

 

Als de lente één kleur mocht kiezen, dan was het waarschijnlijk geel. Narcis, boterbloem, dotterbloem, paardenbloem – de velden en bermen spelden stuk voor stuk gele decoratie op. Maar als je wat langer kijkt, ook in de tuin, dan valt op dat de lente helemaal niet kan kiezen. Het bloeit al net zo hard paars, wit en blauw. Straks komt ook de roze kersenbloesem er nog bij. Aan het begin van elke nieuwe lente haal ik eerst opgelucht adem – gelukkig, de bollen komen weer op; kijk, de knoppen aan de boom worden al een beetje groen. Maar toen alles openbarstte in een concert van kleuren, vroeg ik me af of ik de instrumenten niet eerst had moeten stemmen. Hoe wordt zo’n bonte boel een oogstrelend geheel? Hoe breng ik lijn aan in de kleuren in de tuin?

Dit is een exclusief artikel...

Abonneer je nu op Buitenleven om verder te lezen.

  • Uit het magazine