De staartmees is voor soortgenoten net zo lief als hij eruitziet. Het kleine pluizenbolletje met de lange staart beweegt zich in groepjes. Tijdens het zoeken naar eten, houden ze voortdurend contact. Staartmezen helpen elkaar bovendien bij het grootbrengen van de jongen.

Groepjes staartmezen in de tuin

Een staartmees (Aegithalos caudatus) zie je zelden in zijn eentje. Het zijn sociale vogels die ook buiten het broedseizoen in kleine groepen leven en als zangvogels bekend staan. Ze trekken met elkaar door tuinen en bossen op zoek naar eten.

Ondertussen houden ze elkaar constant met felle, tjirpende fluittonen op de hoogte waar ze zich bevinden; vaak roepen ze elkaar in bomen. Soms blijft een groep ergens hangen als een achterblijver achterloopt, en wordt er op deze achterblijver gewacht tot iedereen weer bij elkaar is. Pas als ze allemaal klaar zijn voor vertrek, gaat de groep verder. Staartmezen zijn standvogels; ze blijven in de winter altijd in de buurt van de plek waar ze zijn geboren. Tijdens koude winternachten kruipen ze dicht bij elkaar om warm te blijven.

Staartmeesjes kruipen bij kou dicht bij elkaar om warm te blijven.

De roodbruine aanzet en brede zwarte kruinstreep zijn herkenbaar voor de staartmees.

staartmezen samen op een tak
Staartmeesjes kruipen bij kou dicht bij elkaar om warm te blijven.
De roodbruine aanzet en brede zwarte kruinstreep zijn herkenbaar voor de staartmees.
De roodbruine aanzet en brede zwarte kruinstreep zijn herkenbaar voor de staartmees.

Hoe kun je de staartmees herkennen?

Staartmezen zijn klein (14 cm), hebben een wit, bol kopje en een donkere rug met rozige flanken. De vleugels hebben een roodbruine aanzet. Ze hebben roodoranje oogringen die vervagen met de leeftijd. Boven de ogen vertrekt een brede zwarte kruinstreep richting de wangen. Het opvallendste en herkenbaarste is de smalle zwarte staart, die langer is dan het lijf. De staartmees behoort tot de familie van de mezen.

Het leefgebied van de staartmees bestaat uit tuinen en parken, maar ook uit andere landschappen zoals bossen, heide- en rivierlandschappen, begraafplaatsen en structuurrijke groene zones. De staartmees komt vooral voor in gebieden met voldoende bomen en voldoende ondergroei van struiken en takken. Afwisseling in het leefgebied, met een mix van dekking en open ruimtes, is essentieel voor deze soort.

Staartmezen lijken op vogelsoorten als de matkop, glanskop en de zwarte mees. Even opletten dus als er een troep tsjirpende meesjes in de tuin landt.

De staartmees met witte kop op bezoek

In het najaar en de winter duiken soms ineens grote groepen witkoppige staartmezen op, een ondersoort van de staartmees met een opvallend wit kopje en een scherp afgetekende nekband. Deze ondersoort verschijnt vaak op een invasie plaats, vooral in het westen van Nederland, wanneer ze vanuit Scandinaviƫ en Polen komen foerageren. Zulke invasies komen vooral voor na milde winters, wanneer veel broedparen flink aan de leg gaan. Vanuit voedselschaarste trekken de witkopjes dan westwaarts. De staartmees onderscheidt zich duidelijk van de witkopstaartmees door zijn zwarte zijkruinstreep, die bij de witkopjes ontbreekt. Verwarrend genoeg komen er ook gewone staartmezen voor met een volledig witte kop. Het soort lijkt soms toe te nemen, maar dit komt vooral door deze invasies.

Bij een witkopstaartmees ontbreekt de zwarte zijstreep op de kop.

Staartmezen zijn echte acrobaten en hangen vaak op de kop aan de dunste takjes, hier etend van rottend fruit.

witkopstaartmees
Bij een witkopstaartmees ontbreekt de zwarte zijstreep op de kop.
Staartmezen zijn echte acrobaten en hangen vaak op de kop aan de dunste takjes, hier etend van rottend fruit.
Staartmezen zijn echte acrobaten en hangen vaak op de kop aan de dunste takjes, hier etend van rottend fruit.

Wat eet een staartmees?

Vaak zie je de kleine vogeltjes ondersteboven aan dunne twijgen hangen, op zoek naar voedsel zoals insecten en rupsen. Grote kans dat ze dan een rupsje of klein insect in het vizier hebben. Ze zijn dol op spinnen. In het najaar en de winter zoeken staartmezen hun voedsel ook op planten, waarbij ze hun puntige snavels in zaden van takken en in rottend fruit of bessen steken. Plantaardig materiaal speelt zo niet alleen een rol als bouwmateriaal voor het nest, maar ook als bron van voedsel en foerageerplek.

Zo help je staartmezen in de tuin

Wil je staartmezen naar de tuin lokken, dan helpt het ophangen van vetbollen in de winter. Ze krijgen kleine zaden moeiteloos los uit het vet. Gepelde pinda’s in een silo doen het ook goed. En zorg daarnaast voor een diverse aanplant van (stekelige) struiken als meidoorn en hulst, loofbomen en open stukken met gras. Belangrijk daarbij is dat je de mosgroei in het gras toestaat, want staartmezen zijn voor de nestbouw afhankelijk van dit bouwmateriaal.

staartmees
Samen eten is geen probleem voor de sociale staartmezen.

Is de staartmees zeldzaam?

Ja, staartmezen worden steeds zeldzamer. De staartmees is een broedvogel in Nederland en staat op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten. De vogel wordt in heel Nederland gezien, maar komt sinds 1990 steeds minder vaak voor. Het aantal broedparen wordt geschat op 34.000.

Waar broedt een staartmees?

Staartmezen, zowel de mannetjes als vrouwtjes, zijn goede architecten. In twee tot drie weken tijd bouwen ze een kunstig, ovaal nest dat zorgvuldig is gemaakt van mos, korstmos, spinrag en berkenbast. Het nest heeft een kenmerkende zij ingang, waardoor het ontwerp extra bijzonder is. De binnenkant wordt zacht afgewerkt met wol, mos en veren. Staartmezen broeden heel zorgvuldig en verstoppen hun nest goed; het kan zich laag bij de grond bevinden in dicht struikgewas, maar ook boven in een den.

Het nest van de staartmees is een kunstwerk van korstmos, mos, spinrag en veren, gemaakt met oog voor detail en voorzien van een handige zij ingang.

Het nest van de staartmees is een kunstwerk van korstmos, mos, spinrag en veren.

Wanneer broeden staartmezen?

De broedtijd van de staartmees loopt van eind maart tot mei. Een legsel bevat tussen de acht en twaalf eitjes. Na een kleine twee weken kruipen de kuikens uit het ei, om twintig dagen later uit te vliegen. De ouders zijn daarna nog twee weken druk met het voeren van de kleintjes. Bijzonder is dat de ouders vaak hulp krijgen van groepsgenoten bij het grootbrengen van de jongen. Meestal zijn dat broers van de mannetjes die zelf een mislukt broedsel hadden. Op die manier helpen ze de andere kleintjes overleven. Partnerruil komt overigens ook geregeld voor onder deze vogels. Een legsel kan maar zo zijn verwekt door de buurman. Die neemt dan wel zijn verantwoordelijkheid en helpt het vrouwtje met de verzorging.

Deel dit bericht

Meer inspiratie

Lees elke maand nieuwe artikelen over tuinieren, planten en dieren

Maak een account* of wordt premium abonnee en geniet van nog meer Buitenleven
*Maak een account en krijg 3 premium artikelen gratis
5/5 - (1)