Nieuwe aanwinsten: berk, ginkgo en magnolia. Alleen de ginkgo lijkt vier seizoenen vol te maken.

Tekst Ankie Lok

 

Het leek zo simpel. Je wilt graag een boom en je kiest een plekje uit. De ruimte was er wel, zelfs in zo’n klein stadstuintje. Achter de tuin ligt bovendien een verwaarloosd strookje gemeentegrond, daar ‘guerrillatuinieren’ we natuurlijk ook. De woekerende hedera, hulst en bramen haalden we weg en zo hadden we ineens een extra reepje grond, niet van ons en tóch een beetje van ons. Een bloemenmengsel fleurde het eerste seizoen al lekker op. Maar liever nog wilden we er iets blijvends neerzetten, iets groters, iets sterks dat met ons mee zou groeien terwijl we hier wonen. Een boom. Of twee. Ja, twee berken. Doodgewone bomen, Nederlandser krijg je ze niet. Misschien was de berk de eerste boom die ik als kind bij naam kon noemen, samen met de eik. Wanneer berken als bosje zijn gegroepeerd, zien ze er een beetje raadselachtig uit, met die bleke stammen naast en achter elkaar. Alsof je door een verlicht diorama wandelt. Er staat een handvol berken in het plantsoen bij onze straat, ik loop er graag langs. Hoe fijn zou het zijn als we die bomen ook bij ons thuis zouden hebben.

 

 

Dit is een exclusief artikel...

Abonneer je nu op Buitenleven om verder te lezen.

  • Uit het magazine