Uilen in Nederland
Er bestaan wel 230 verschillende soorten uilen. In Nederland komen er zes voor en drie worden gezien als ‘dwaalgast’. Het aantal broedparen van deze verschillende uilensoorten geeft een goede indicatie van de populatiegrootte en de verspreiding in Nederland. Probeer je er eentje naar je tuin te lokken? Dan kun je een uilenkast plaatsen. Maar niet iedere uil laat zich hierin stoppen. Sowieso spot je ze niet snel, omdat ze zich vooral ‘s nachts laten zien. Daarom zetten wij de Nederlandse uilen even op een rijtje voor je.

Kerkuil (Tyto alba)
Je herkent de kerkuil het beste aan zijn kop. Die is namelijk hartvormig en heeft een lichte kleur. Zijn veren zijn licht- en donkerbruin. De vogel broedt het liefste op rustige plekken, zoals gebouwen en kerken. Het ophangen van een nestkast kan helpen om kerkuilen aan te trekken. Vandaar ook de naam. Overdag slaapt de kerkuil vooral, ‘s nachts komt hij tot leven. Dan gaan ze op jacht naar muizen, maar ook kleine vogels en vleermuizen vinden ze een lekker hapje. De kerkuil jaagt vaak in open graslanden, waar hij gemakkelijk muizen kan vangen.

Ransuil (Asio otus)
Als de ransuil in een boom zit, kun je ‘m zomaar voorbijlopen. Het patroon in zijn veren zorgt voor een goede camouflage, waardoor hij nauwelijks opvalt. Het verenkleed van de ransuil heeft grijsbruine spikkels op de bovenvleugels en rug. Iets wat wel opvalt, zijn de omhoogstaande oren of eigenlijk de oorpluimen. Het zijn namelijk geen echte oren, maar veren. De ransuil houdt van open velden. Daar jaagt hij op (woel)muizen. In de winter zoekt de vogel soortgenoten op om samen te overwinteren op een voedselrijke plek. Broeden doen ze het liefst in nesten van andere vogels, bijvoorbeeld van kraaien of eksters.

Bosuil (Strix aluco)
Het is geen moeilijke vraag waar je de bosuil het snelst tegenkomt. De vogel houdt vooral van dichte bossen. Maar dat wil niet zeggen dat hij alleen daar te vinden is. De uil overleeft op veel verschillende plekken, bijvoorbeeld ook in drukke steden. Daarnaast komt de bosuil ook veel voor in parken en groene woonwijken, waar hij rust en jaagt. Het is de meest voorkomende uilensoort van heel Europa. De bosuil kan verschillende kleuren hebben: grijs, donkerbruin en roestachtig rood. Ze hebben zwarte ogen en zijn middelgroot. Het is lastig om het echte nachtdier een keer te zien, maar je hebt ‘m vast al wel eens gehoord. Het geluid van de uil is een geliefd (schrik)effect in films vanwege zijn typische roep.
Bosuilen jagen vooral ‘s nachts en hun dieet bestaat voornamelijk uit kleine zoogdieren.

Velduil (Asio flammeus)
De namen van de uilen geven het iedere keer toch wel weg, want de velduil bevindt zich het liefst in, jawel, open velden. Daar jaagt hij vaak op veldmuizen en andere knaagdieren. Het is een lange uil met opvallende, gele ogen. Zijn veren hebben een vlekkenpatroon en zijn donkerbruin en geelwit gevlekt op de bovendelen. Deze soort zie je regelmatig overdag, want ook dan gaat hij op jacht.

Steenuil (Athene noctua)
De kans om een keer een steenuil te spotten, is best groot. Dit exemplaar is namelijk niet zo schuw en verstopt zich niet meteen. Deze kleine uil, niet veel groter dan een merel, hangt vaak rondom boerenbedrijven en landbouwgrond rond. Vanaf een paaltje scant hij de omgeving op zoek naar eten. De uil is donkerbruin met wat grijze of witte vlekjes en streepjes. Hij heeft gele ogen met witte wenkbrauwstrepen erboven, wat hem makkelijk herkenbaar maakt. De steenuil is redelijk honkvast. Hij blijft het hele jaar op dezelfde plek en wijkt ook nooit ver van zijn geboorteplaats af. Strenge winters hebben echter invloed gehad op de populatie van de steenuil, waardoor deze soort extra bescherming nodig heeft.

Oehoe (Bubo bubo)
De oehoe (Bubo bubo) is de grootste uilensoort van Nederland en zelfs de grootste uil ter wereld. Zijn naam dankt hij aan zijn indrukwekkende roep: oehoe. Met een lengte tot wel 67 centimeter is hij veel groter en voller dan bijvoorbeeld de ransuil. Opvallend aan zijn uiterlijk zijn de lange oorpluimen en het brede hoofd. Zijn gezicht wordt gekenmerkt door fel oranje ogen, wat hem een imposante en unieke uitstraling geeft. Vanwege zijn formaat vonden jagers hem vroeger een makkelijke prooi en werd hij met uitsterven bedreigd, maar inmiddels is daar gelukkig geen sprake meer van. De oehoe voelt zich op meerdere plekken thuis, omdat hij eet wat er in die omgeving beschikbaar is. Dit kunnen vogels en kleine tot grote(re) dieren zijn. Zelfs een vos weet hij in zijn klauwen te krijgen.

Dwaalgasten
Deze soorten uilen komen van zichzelf voor in Nederland. Ook zijn er nog drie varianten die we soms zien, omdat ze hier als ‘voorbijganger’ zijn:
Dwergooruil (Otus scops)
De dwergooruil leeft normaal gesproken in het Middellandse Zeegebied. Hij houdt dus wel van wat warmte en overwintert ook in Afrika. Toch is de vogel een aantal keer in Nederland gezien. Het is een klein uiltje van zo’n 20 centimeter lang. Vanwege zijn bruinachtige camouflagekleuren, zie je ‘m bijna niet als ‘ie in een boom zit. Ook heeft hij net als de ransuil en de oehoe oorpluimen.

Sneeuwuil (Bubo Scandiacus)
De sneeuwuil heeft een mooie lichte kleur, waar het dier makkelijk aan te herkennen is. Deze uil is behoorlijk groot, bijna net zo groot als de oehoe. Het is een zwerf- en trekvogel die neerstrijkt op plekken met voldoende eten. De uil laat zich heel soms in Nederland zien. Meestal zijn ze dan meegekomen op een tanker vanuit Scandinavië of Canada. Ook spot je de sneeuwuil in de welbekende Harry Potterfilms.

Ruigpootuil (Aegolius funereus)
Deze uil komt voor in Noord-Amerika, Azië en Europa. Hij is vooral te vinden in uitgestrekte, dichte (naald)bossen. Dit uiltje is zo’n 25 centimeter groot en is donkerbruin met witte vlekken. Zijn lichte onderkant heeft grijsbruine vlekken. De uil heeft wit bevederde poten en klauwen, vandaar zijn naam. De ruigpootuil is vooral in Drentse bossen gespot. Hij heeft hier in de jaren ‘70 ook gebroed. Men probeert de ruigpootuilen sinds 2008 weer terrein te laten veroveren in Drenthe.

