Ze is een van de bekendste verschijningen in onze tuinen en op onze balkons: de koolmees (Parus major). Het kleine vogeltje is van een afstand al goed te herkennen aan zijn gele buik, groenblauwe rug en zwarte kop met witte wangen. Leer deze tuinvogel – de grootste mezensoort – beter kennen en zorg dat de koolmees jaarrond jouw tuin weet te vinden.

Veel koolmezen in Nederland

Naar schatting leven er zo’n 550.000 broedparen koolmezen in ons land (bron: Vogelbescherming). Niet gek dus dat we deze tuinvogel allemaal weleens gezien hebben. Koolmeesjes vinden ons land ook in de winter fijn – mits niet al te koud – en overwinteren in stad of op het platteland. Ze zijn namelijk makkelijk als het gaat om een leefomgeving vinden en hebben het prima naar hun zin in het park, bosjes of tuinen, en verblijven graag in eiken- en beukenbossen. In gebieden waar bomen staan en tuinen waar groenvoorzieningen zijn, zie je praktisch altijd wel koolmezen. Voorwaarde is dat er voldoende gelegenheid is om een nestje te bouwen en dat er genoeg voedsel is te vinden.

De koolmees zien we vaak in de tuin, zeker als je een nestkast ophangt – Natuur met Buitenleven
Voldoende beschutting vinden veel vogels fijn, zoals hier in de bloesem van een pruim.

Verschil mannetje en vrouwtje

Het verschil tussen het koolmees mannetje en vrouwtje zie je niet direct als je niet weer waarnaar te kijken, maar is er wel degelijk. De zwarte brede band over de buik van het mannetje, helemaal tot aan zijn staart, is zijn kenmerk. Het vrouwtje heeft er ook een, maar dan een dunnere variant die ook niet helemaal tot onder doorloopt. Als je dus weer koolmezen in de tuin ziet, weet je voortaan waar je op moet letten. Wist je trouwens dat de dikte van deze streep een rol speelt in het paarseizoen? De mannetjes met de breedste band winnen het in de strijd van hen die een dunnere hebben. En ook vrouwtjes gaan voor de man met de breedste streep.

Nestkast voor de koolmees

Overweeg je een nestkast in je tuin? Doen! Grote kans dat je dan een koolmeesje als buur krijgt. Om die kans zo groot mogelijk te maken, is het slim met een paar dingen rekening te houden als je een nestkast plaatst. Zorg voor een vrije aanvliegroute en een beschutte, veilige plek, uit de directe zon en op een rustige plaats. Kies ook voor een niet te grote kast, circa 12x12x25 cm, met een kleine opening en hang het vogelhuisje (hoog) in de boom of tegen een muur. Wat ook helpt: zorg voor groen waar koolmezen (en andere vogels) een nest in kunnen bouwen. Denk aan bomen, maar ook aan stevige klimplanten tegen de muur of hoge heesters. Wie weet maken ze dan zelf al een ‘huisje’ om in te nestelen.

De koolmees zien we vaak in de tuin, zeker als je een nestkast ophangt – Natuur met Buitenleven
Zeven of acht eitjes komen uit; een nestkast vol koolmeesjes.

Broedseizoen koolmees

Tegen het eind van de lente is het zover: het broedseizoen van de koolmezen breekt aan. Tot het begin van de zomer zijn de mezen druk met de paartijd en gaan ze op zoek naar een partner. Monogaam kun je koolmezen niet echt noemen, maar in het broedseizoen legt een koppeltje wel samen één of twee nestjes waar het stel samen voor zorgt. Per nest kunnen er tot wel vijftien eitjes worden gelegd, maar die komen niet allemaal uit. Gemiddeld zeven à acht stuks breken na twee weken open en er komen kuikens uitgekropen. Vader en moeder vliegen vanaf dat moment af en aan om voldoende voedsel voor de jongen te verzamelen. Dit bestaat hoofdzakelijk uit insecten, insectenlarven en rupsen. Door klimaatverandering zijn er steeds vroeger in het jaar insecten te vinden. Dit betekent dat de flexibele koolmees hierin meegaat en de start van het broedseizoen door de jaren heen dus ook steeds iets vroeger begint.

Pinda’s zijn een succes bij koolmezen. In een hangend voederhuisje kunnen grotere vogels er niet bij.

Het hele jaar koolmeesjes voeren

Dat koolmezen niet schuw zijn, heb je vast al vaak gemerkt. Ze wippen zo op je tuintafel om nog een paar kruimeltjes op te pikken. Vooral in het najaar en de winter komen ze in tuinen en op balkons om het aangeboden voedsel te eten. Dit hebben ze hard nodig om de wintermaanden door te komen. Waar de koolmees in het voorjaar volop eet van larven, rupsen, spinnen en insecten, zijn die in de winter nauwelijks voorhanden. Dan richten koolmeesjes zich op voedsel dat rijk is aan olie, zoals beukennootjes, vet en vruchten in de tuin. Wil je ze een handje helpen als het koud is? Bied ongezouten (slingers) pinda’s, zonnebloempitten of een zadenmix aan op een rustige plek in de tuin, bijvoorbeeld op een voedertafel. Tip: hangende vetbollen (niet in plastic) zijn handig om te voorkomen dat grotere vogels alles wegkapen voor kleintjes als de koolmees en de pimpelmees. Ben je benieuwd wat nu precies het verschil is tussen een koolmees en een pimpelmees? Lees dan verder over de pimpelmees.

Met het juiste voer, zoals deze zonnebloem, lok je ‘s winters ook koolmezen naar je balkon.

Een koolmees lokken naar je tuin

Wie vaker koolmezen in de tuin of op het balkon wil zien, kan daar wat voor doen. Plaats – naast nestkasten – voedselverstrekkers, zoals struiken met bessen of bomen met vruchten. Vergeet ook niet te zorgen voor plekjes met schoon water, waar de meesjes van drinken en in badderen. Plant verder bloemen, want die lokken in de lente en zomer insecten, een belangrijke voedselbron voor vogels. Een win-winsituatie creëer je met kleurige bloeiers als vlas (Linum usitatissimum), boekweit (Fagopyrum esculentum), grote kaardenbol (Dipsacus fullonum) of zonnebloem (Helianthus annuus). Insecten komen er graag op af, en zowel de insecten zelf als de zaden zijn razend populair bij vogels als de koolmees.

De koolmees zien we vaak in de tuin, zeker als je een nestkast ophangt – Natuur met Buitenleven
Koolmezen houden van rupsen, die ze ook voeren aan hun jongen.

Koolmezen en de buxusmot

In 2018 en 2019 waren er zorgen ontstaan over de grote sterfte van koolmezen in onze steden. Uit onderzoek bleek toen dat koolmezen – die gek zijn op buxusmotrupsen – niet massaal overlijden door het gif dat wordt gebruikt tegen de buxusmotrups. De verhoogde sterfte komt deels door een voedseltekort, omdat veel insecten doodgaan door vergiftiging. Een andere reden voor de mezensterfte is het gif voor antivlooienmiddelen dat in honden- en kattenharen is blijven zitten. De meesjes gebruiken de haren voor hun nesten en de haartjes dringen door de huid van jonge vogels heen. Lees meer over het onderzoek op de site van de Vogelbescherming.

Review deze post