De lepelplant (Spathiphyllum) is niet alleen een mooie groene aanwinst voor je interieur. Dankzij de luchtzuiverende eigenschappen, draagt deze kamerplant ook bij aan een gezond woonklimaat. Zet de tropische plant op een goede standplaats en geef tijdig water, dan geniet je lang van deze snelle groeier.  

Hoe groot wordt de lepelplant?

De lepelplant (Spathiphyllum) dankt zijn Nederlandse naam aan de witte schutbladeren die vaak voor bloemen worden aangezien. Ze hebben namelijk de vorm van een lepel. Net als bij andere leden van de aronskelkfamilie (Araceae) – bijvoorbeeld de flamingoplant (Anthurium) – bestaat de echte bloem uit een karakteristieke, lange bloeikolf. In de botanische naam zit het woord spath verstopt, hetgeen schutblad betekent. In het Engels wordt deze grote, groene kamerplant wel Peace Lily genoemd. Ook dat is geïnspireerd op de witte schutbladeren. Die steken als witte vlaggetjes boven de plant uit. De lancetvormige bladeren kunnen tot wel 65 cm lang worden. Afhankelijk van de cultivar, worden lepelplanten tussen de 30 en 120 cm groot. Houd er ook rekening mee dat ze flink kunnen uitdijen. Ze zijn lichtgiftig voor kinderen en huisdieren.

De lepelplant is populair in huis en op de werkplek dankzij zijn luchtzuiverende eigenschappen. Foto Bloemenbureau Holland

Lepelplant is luchtzuiverend

De grote, groene Spathiphyllum is niet alleen een decoratieve kamerplant, maar ook een perfecte luchtzuiveraar. Uit de beroemde Clean Air Study van NASA blijkt dat de lepelplant minstens acht gifstoffen kan filteren. Het gaat om schadelijke stoffen als aceton, methanol en ammoniak die vrij komen uit schoonmaakmiddelen, meubels, stoffen en verf. Met de huidmondjes in de bladeren neemt de lepelplant deze stoffen op, waarna ze worden afgebroken. De Spathiphyllum ‘Mauna Loa’ scoort hierin het hoogst. Bovendien zet deze plant beter dan de meeste andere kamerplanten CO2 om in zuurstof én draagt hij bij aan een goede luchtvochtigheid in huis.

Er zijn ook kleine soorten lepelplant met een compacte groei, zoals de ‘Chopin’. Foto Bloemenbureau Holland

Veertig verschillende soorten

Er zijn veertig soorten bekend van de lepelplant. Een klein aantal daarvan wordt als kamerplant opgekweekt. De meeste planten die je bij bloemist of tuincentrum vindt, zijn een cultivar of hybride van de S. wallisii. Dit is een van de sterkste soorten; de planten gaan vaak jaren mee. Populair is bijvoorbeeld de ‘Alfetta’ met glanzend donkergroen blad en lichtgekartelde rand. Spathiphyllum  ‘Sweet Paco’ reinigt niet alleen de lucht, hij verfrist deze ook. De rijpe bloem van deze cultivar ruikt in de ochtenduren zoet naar vanille. Wil je een kleine lepelplant, kijk dan eens naar een ‘Chopin’.

De echte bloem van de lepelplant is kolfvormig en staat op een vlezige stengel. Foto Bloemenbureau Holland

De beste standplaats

De lepelplant groeit in de schaduw van de Zuid-Amerikaanse jungle. Zet hem daarom thuis niet in direct zonlicht; een plekje op het noorden is ideaal. Ook gedijt hij goed bij een constante temperatuur en vochtige lucht, net als in de tropen. Om de luchtvochtigheid in huis te verhogen, kun je de plant regelmatig afsproeien. Ook bakjes water bij de kachel of op radiatoren kunnen helpen, zeker in de winter als er flink wordt gestookt.

Tips voor de verzorging

In de jungle staat de lepelplant vaak in vochtige aarde. Belangrijk dus dat je de kluit niet helemaal laat uitdrogen. Vaak is een ruime portie water eens per week voldoende. Het geeft daarbij niet als er water onderin de pot blijft staan. Als de temperatuur in huis stijgt, verdampt de lepelplant meer water en stijgt de vochtbehoefte. Sproei hem daarom regelmatig af. Bovendien kan de plant last krijgen van spint als hij te droog staat óf op de tocht. Deze kamerplant is een goede groeier en verlangt daarom af en toe wat (vloeibare) mest. De bloemen zijn na circa twee maanden uitgebloeid, knip deze dan zo laag mogelijk af. Er ontwikkelen zich meestal vanzelf weer nieuwe bloemen.

Stekjes van de lepelplant slaan vaak goed aan. Foto Karolina Grabowska via Pexels

De lepelplant verpotten en stekken

In het begin groeit de Spathiphyllum best snel. Controleer daarom ieder jaar of de wortels nog voldoende ruimte hebben in de binnenpot. Als deze in het gedrang komen, is het tijd om de plant te verpotten. Ook kun je de plant goed stekken. De beste periode hiervoor is de lente. Hiervoor haal je de plant uit de pot zodat de kluit goed zichtbaar is. Langs de stelen van de bladeren ontwikkelen zich namelijk de babyplantjes. Scheur deze voorzichtig los van de moederplant. Pot ze op en zorg ervoor dat de aarde altijd lichtvochtig aanvoelt. Ook kun je de stekjes eerst wortel laten schieten in een vaasje water, dat heet hydroponie.

Jonge lepelplantjes kun je ook wortel laten schieten in water, ook wel hydroponie genoemd. Foto Bloemenbureau Holland

Lepelplant hangt slap of heeft geel of bruin blad

Maak je geen zorgen als een van de bladeren van deze tropische groeier langzaam bruin verkleurt. Dit is normaal; er komt een vers blad voor terug. Bruine punten of vlekken op het blad daarentegen kunnen wijzen op voedingstekort. Mest de plant dan een beetje bij. Gele bladeren ontstaan vaak als de plant blootstaat aan direct zonlicht. Bloeit jouw lepelplant niet? Dan krijgt hij vermoedelijk te weinig licht. Ook kan je Spathiphyllum slappe bladeren hebben, dit is een teken van uitdroging. Zodra je weer voldoende water geeft, richten de bladeren zich weer op.